Een interview met Terry Goodkind
Auteur van ‘Eerste wet van de Magie’ en ‘Tweede wet van de Magie’
Door James Frenkel

JF:
Ik wil graag praten over hoe u een schrijver werd. Mensen vragen zich vaak af hoe schrijvers beginnen met hun werk.
U heeft veel verschillende dingen in uw leven gedaan als werk, en eindelijk, na ongeveer 20 tot 25 jaar op uzelf, besloot u om te gaan schrijven. Wanneer dacht u voor het eerst dat schrijven echt iets was dat u wilde doen?

TG:
Het is niet zo dat ik al deze interesses volgde voordat ik begon met schrijven; ik denk dat ik al deze interesses volgde om vervolgens met schrijven te beginnen. Ik was op zoek naar dat wat mij geluk zou brengen, en in mijn achterhoofd heb ik altijd geweten dat dat schrijven was. Ik ben altijd al geïnteresseerd geweest in schrijven, en ik heb altijd verhalen geschreven in mijn hoofd.

JF:
Hoe vroeg in uw leven is dit begonnen? Wat is uw vroegste herinnering hiervan?

TG:
Een paar van mijn vroegste herinneringen zijn die van karakters. Ik dacht er niet over na als het maken van verhalen, maar als mensen die in mijn hoofd naar me toe kwamen om hun verhalen te vertellen. Het waren altijd karakters met een grote emotionele lading, en ze vertelden mij hun problemen, hun lasten. Ze waren heel belangrijk voor me; ze waren mijn vrienden, mensen om wie ik me zorgen maakte. Ik viel elke avond in slaap, luisterend naar hun verhalen.

JF:
Kan u zich voor de geest halen welke invloeden effect op u hebben gehad waardoor u zich ging interesseren in fantasy, of enige andere soort verhalen? Favoriete auteurs, of favoriete soorten verhalen? Westerns, piratenverhalen, politie en criminelen? Is er iets specifieks dat uw fantasie prikkelde?

TG:
Ik ben altijd geïnteresseerd geweest in de karakters, vooral geïnteresseerd in de emoties van hun dilemma’s. Fantasy raakt iets diep in me, het maakt een diepere connectie dan enig ander genre. De karakters van fantasy zijn op de een of andere manier diep in mij. Ik vind alle soorten verhalen over allerlei onderwerpen, fictie, non-fictie, wat ook maar interessant, maar er is iets speciaal in fantasy dat me altijd heeft geraakt.

JF:
Kan u zich een boek of auteur herinneren die u heeft gelezen toen u jonger was die u heeft geïnspireerd?

TG:
Ik heb een vorm van dyslexie, en ik heb problemen met het vertalen van woorden. Dit maakt mij een langzame lezer omdat ik eraan moet werken om alle woorden goed te lezen. Vanaf het begin gingen de leraren hiermee om door me voor gek te zetten en me te vernederen. Dat ik begreep wat ik las was niet belangrijk. Wat ze me eigenlijk leerden was om lezen te haten. Lezen werd een vorm van bestraffing. Het was een kwestie van kwantiteit over kwaliteit en voor mij maakte dat het verhaal niet meer leuk. Het maakte dat ik een sterke aversie van school en lezen ontwikkelde.
Ik voelde alsof ik door de volwassenen werd verteld dat ik niet goed genoeg was om te lezen, dat ik het niet hard genoeg probeerde. Als ik niet goed genoeg was om te lezen, dan was ik zeker niet goed genoeg om mijn verhalen op papier te zetten. Dit alles zorgde ervoor dat de verhalen dieper in me gingen zitten.
Dus ging ik stiekem naar de bibliotheek om te lezen, omdat ik in verlegenheid werd gebracht wanneer ik las. Ik las altijd in het geheim. Ik kan me herinneren dat ik me in mijn kast verstopte en Tom Sawyer en Huckleberry Finn las. Ik ging naar de bibliotheek en las boeken zoals Edgar Rice Burroughs zijn ‘Mars’ serie, en ander avonturenverhalen. Later verslond ik alle non-fictie boeken in de bibliotheek over astronomie en raketten, of over welk onderwerp het verhaal wat ik had gelezen ook maar ging.
Maar waar ik nog het meeste van hield was dat ik mee werd genomen in die werelden. Ik hield ervan hoe deze andere realiteit een realiteit in je gedachten maakte. Ik had nooit geweten dat andere mensen hetzelfde voelden wanneer ze lazen. Voor mij was het een geheim genot, het was magie. Ik wist donders goed dat wat ik las niet was wat ik feitelijk moest lezen. Ik las het meeste in de bibliotheek zelf omdat ik bang was om de boeken mee te nemen om te lenen, ik was bang om te worden betrapt bij het lezen van “dat soort” boeken. Mij was geleerd dat het alleen maar goed was om ongelooflijk saaie dingen te lezen. Maar voor mij, wat ik aan het doen was kon niet echt lezen worden genoemd; het was... het was verhalenmagie. Lezen was een taak; dit was leuk. Het was een clandestiene bevrediging. Naarmate de tijd vorderde zorgde elke engelse les ervoor dat ik er steeds meer en meer van overtuigd raakte dat men niet las om te vermaken. Het leven leek me te vertellen dat opgroeien betekende dat je het lezen voor de lol ervan niet langer kon doen, dus hoe ouder ik werd, hoe minder ik las.

JF:
Heeft u in die tijd ooit geschreven?

TG:
Alleen maar in mijn hoofd. Dat deed ik constant. Maar verhalen op papier zetten, nee. Mijn leraren leerden me dat wat je schreef was niet belangrijk, het verhaal was niet belangrijk. Het was alleen maar de spelling en de constructie wat er toe deed, de technische aspecten van het schrijven. Omdat ik dyslexie heb ben ik zeer slecht in spellen. Dus alles wat ik op papier zette was alleen maar goed om nog meer bespot te worden. Ik was niet bereid om dat vuur gaande te houden.

JF:
Wanneer was het dat deze dingen eindelijk veranderden, uw houding tegenover lezen en het opschrijven van uw verhalen?

TG:
Het was pas toen ik een senior op de hogere school was en ik een lerares engels had die echt een verschil maakte. Ik begon weer de boeken te lezen die me naar andere plaatsten namen. Ik las een heleboel science fiction, boeken geschreven door Philip K. Dick, Daniel F. Galouye, en anderen. Ik genoot van de zeeverhalen van C. S. Forester, en andere avonturenverhalen. Ik was ouder, en begon met het lezen van wat ik wilde, maar toch wist ik dat het fout was, en dus las ik alleen wanner niemand het wist.
Deze lerares las de verhalen die ik schreef voor haar klas en zag meer dan een collectie verkeerd gespelde woorden. Alhoewel ze mij waarschuwde voor mijn spellingsfouten en grammaticale fouten, vertelde ze me ook dat er meer was dan de technische kant van het schrijven dat zeer belangrijk was. Zij zag het verhaal. Ze moedigde me aan om verhalen te schrijven. Ze liet me iets nobels doen.
Dit veranderde mijn wereld.
Ze liet me nakomen na de les. Ze praatte tegen me over de opdrachten die ik had geschreven. Ik denk dat ze alle opdrachten las die ik maakte voor mijn klas. Ik was zo verbaasd dat andere mensen wilden lezen wat ik schreef. Wanneer ik iets ontzettend goors schreef, las ze het totdat ze niet meer kon, dan liet ze me opstaan om het af te maken. Ze vertelde me nooit waarover ik moest schrijven, ze hielp me alleen maar om het beter te schrijven. Elke dag kon ik nauwelijks wachten totdat de lessen waren afgelopen zodat ik naar haar toe kon en met haar praten over boeken en schrijven. Het voelde alsof ik de enige andere persoon in de wereld had gevonden die de kracht ook voelde, de emotie en kracht van woorden.
Op een dag, na een van de lessen, vertelde ze me dat ze dacht dat ik Franz Kafka moest lezen. Dit deed ik en hij had een gigantische impact op me. Ik las alles wat hij had geschreven. Ze maakte het belangrijk om te lezen, om te lezen omdat het leuk was. Ze wilde weten over wat ik las. Ze wilde niet weten hoe lang het duurde voordat ik een boek uit had, ze wilde gewoon weten wat ik vond van de verhalen, de karakters, de emotie. Voor haar waren er geen grenzen wat men moest of kon lezen. Ze werd als een soort paria bekeken door sommige andere leraren, maar voor mij was ze een hand in de duisternis.
Ik schreef verhalen buiten de lessen om en zij las ze. Na schooltijd praatte ze tegen me over mijn verhalen en moedigde me aan om meer te doen. Dat is wat me is bijgebleven, haar boodschap was: schrijven. Voor mij was schrijven een vervoermiddel naar de werelden die ik voor het eerst ontdekt had toen ik nog jonger was. Het was een andere realiteit; magie. Dat was het moment dat ik wist dat ik op een dag schrijver zou zijn. Op dat moment was het een geheime droom, maar ik wist het.

JF:
Bleef u schrijven vanaf dat punt?

TG:
Na High School wilde ik geen verhalen op papier zetten, maar in gedachten schreef ik constant verhalen. Voor mij is het bijna hetzelfde. Ik was zo gewend aan het schrijven in mijn hoofd dat ik het schrijven op papier niet anders vond. Het was ook minder bindend omdat ik op elk moment dat ik wilde in mijn hoofd kon schrijven. Het maakt niet uit wat ik doe, rijden, eten, wat dan ook maar, er is altijd een verhaal in mijn gedachten aan de gang.
Ik denk ook dat het schrijven van verhalen op papier een te grote stap was voor me, een stap waar ik nog niet klaar voor was. Ik heb een goede vriend die me vertelde dat hij er achter was gekomen waarom het zo lang heeft geduurd voordat ik begon met schrijven. Hij zei dat het was omdat schrijven zo ontzettend belangrijk voor me is dat ik het niet kon wagen om te falen, en dus kon ik niet beginnen totdat ik zonder twijfel wist dat ik er klaar voor was, en dat het tijd was. Ik denk dat hij gelijk had.

JF:
Deed u dat ook met de Eerste wet van de Magie, schreef u het eerst in uw hoofd?

TG:
Delen ervan wel. Toen ik mijn huis in het bos aan het bouwen was deed ik dat alleen. Ik schreef scenes in mijn hoofd terwijl ik aan het werk was. Toen besefte ik dat het tijd werd om te schrijven, dat ik er klaar voor was. Dus liet ik het verhaal zichzelf bouwen. Kahlan en Richard waren daar met mij, ze vertelde hun problemen, hun angsten, hun verhalen. Sommige scenes die ik enkele jaren daarvoor in mijn hoofd had geschreven kon ik eindelijk op papier zetten.

JF:
Heeft u ook problemen met het herinneren van de dingen u in uw hoofd heeft geschreven?

TG:
Nee. Om heel eerlijk te zijn kan ik ze niet uit mijn hoofd krijgen totdat ik ze ook daadwerkelijk neerschrijf. Ik denk het is omdat het de emoties van mijn karakters zijn. Het zijn de emoties die ik mijn hoofd heb, en voor mij is dat zo krachtig dat ik het niet vergeten kan. Het is moeilijk om uit te leggen, maar wanneer ik de scenes opschrijf is het net alsof ik ze in woorden vertaal. Ik denk dat je het een beetje kan vergelijken met het zien van een film en naderhand opschrijven wat je hebt gezien. Sommige delen zijn in woorden, en sommige in beelden. Ik kan niet van deze emotionele scenes afkomen totdat ik ze in woorden heb vertaald en ze heb neergeschreven. Maar natuurlijk zijn er altijd nieuwe verhalen.

JF:
Ik weet dat u een kunstenaar geweest bent. U heeft de schutbladen voor de Eerste wet van de Magie geschilderd en u heeft de kaart getekend. Wanneer bent u een professionele kunstenaar geworden?

TG:
Ik ben begonnen met het verkopen van schilderijen toen ik op High School zat. Ik ben begonnen met schilderen toen ik al heel klein was. Ik heb altijd van tekenen gehouden en ik werd altijd aangemoedigd omdat ik goed was. Het was ook een manier om de school een beetje te ontvluchten. Ik denk dat het een triomf was van bekwaamheid over passie.
Kunst was voor mij altijd een manier om te zoeken naar een weg om de emoties in me naar buiten te brengen zoals schrijven dat doet, maar op dat moment realiseerde ik me niet dat schrijven de manier was die ik wilde. Met schilderen probeerde ik te doen wat ik nu met schrijven doe: uitdrukken van emoties, verhalen vertellen. Ik vind schilderen leuk, maar het is niet mijn passie. Schrijven is mijn passie.
Kunst helpt me echter wel met mijn schrijven en is er ook een onderdeel van. Om te kunnen schilderen moet je eerst zien wat er echt is. Een voorbeeld: om chroom uit te beelden schilderen sommige mensen gewoon zilver, omdat ze denken dat chroom zilver is. Ze zien niet wat er echt is. Chroom is niet zilver, het is iets dat reflecteert wat in de omgeving is, of dat nu grond of lucht is. Wanneer ik deze dingen in mijn hoofd schrijf, en wanneer het tijd is om ze op papier te zetten, helpt die kunstzinnige bekwaamheid me om gedetailleerd te beschrijven wat ik zie, wat er echt is. Ik denk dat het helpt om textuur en leven in mijn schrijven te brengen.

JF:
Ik weet dat u heeft gezegd dat waar u het meeste van houdt is wat u nu doet, het schrijven van fantasy. Is er nog iets anders dat u voor uw plezier doet?

TG:
Ik vind het prettig om in de bossen te wandelen. Ik ben omgeven door grote bossen en ik vind het geweldig om er te lopen en bergen te beklimmen. Maar zelfs dan ben ik aan het schrijven. Soms, wanneer ik moet denken aan iets dat ik moet schrijven ga ik lopen in het woud.
Ik kan mijn karakters overal met me meenemen, ik kan met ze lopen en ze laten vertellen over henzelf, of wat er nog komen gaat. Op de een of andere manier is het alsof ik op bezoek ben in hun wereld, de wouden van het verhaal. De isolatie helpt het verhaal in mijn hoofd op gang te houden. Het helpt me met mijn schrijven.
Op dat punt vind ik niet dat ik mijn tijd verspil. Wanneer ik niet aan het schrijven ben voelt het meestal alsof ik tijd aan het verspillen ben. Ik denk dat het komt omdat schrijven mijn geluk is. Het is iets waar ik ontzettend veel van hou, het is iets dat ik het liefste doe.
Schrijven is magie voor mij. Misschien is dat waarom ik zo’n diepe affectie voel voor fantasy, voor magie.
Een van mijn vrienden heeft veel speurwerk verricht en uiteindelijk mijn lerares engels gevonden. Ze had haar verteld dat ik een boek had geschreven en zei, “het is een fantasy boek.” Mijn lerares antwoordde met, “Maar natuurlijk is het dat. Wat zou het anders zijn geweest?” Ik denk dat toen, in haar klas, toen ik het geheim koesterde dat ik ooit een schrijver zou zijn, een ander persoon mijn geheim reeds kende.

Tor® and Forge® are trademarks of Tom Doherty Associates, Inc., and are registered in the U.S. Patent and Trademark Office.